Af en toe komt er een auto voorbij die zelfs de meest doorgewinterde liefhebber even laat stilstaan, glimlachen en fluisteren: "Wauw." De 1961 Lotus De Elite Super 100 is precies zo'n auto. En waar we het vandaag over hebben? Het is niet zomaar een Elite Super 100 – het is de allereerste die ooit gebouwd is, een feit dat officieel bevestigd wordt in Dennis Ortenburgers definitieve boek over het model. In de wereld van Lotus is dat vergelijkbaar met het vasthouden van de allereerste versie van Shakespeares Hamlet.
De Lotus Elite Type 14, geïntroduceerd in 1957, was al een baanbrekende machine. Peter Kirwan-Taylors gestroomlijnde ontwerp, mede dankzij Frank Costins aerodynamische genie, verbaasde het publiek op de London Motor Show. De monocoqueconstructie van glasvezel – een gedurfde afwijking van traditionele chassistechniek – maakte hem licht, stijf en futuristisch. En toen kwam de Super 100. Deze werd in kleine aantallen gebouwd (slechts vijf in totaal), en was niet zomaar een Elite met een paar kleine aanpassingen. Het was de gedistilleerde essentie van Chapmans filosofie: eenvoud, lichtheid en race-achtergrond in één.
Deze specifieke Elite Super 100 ziet er bijna te mooi uit om waar te zijn. De staat is subliem – volkomen origineel, authentiek tot in het kleinste detail, en duidelijk gekoesterd door zorgvuldige eigenaren die wisten wat ze hadden. Het voelt alsof je terugstapt naar 1961, toen sportwagenracen puur, glamoureus en soms zelfs een beetje gevaarlijk was. En over racen gesproken: vanaf nieuw was deze auto doordrenkt van de autosport. Hij draagt niet alleen een geschiedenis met zich mee, maar ook een legende die op circuits door heel Europa is geschreven.
Technisch gezien was de Super 100 een fascinerend wezen. Onder zijn gebeeldhouwde motorkap zat een 1.2-liter Coventry Climax FWE-motor, maar met belangrijke upgrades: twee Weber-carburateurs die met grote precisie brandstof aanvoerden, een speciaal uitlaatspruitstuk dat hem bij hoge toeren liet zingen, en een ZF-versnellingsbak voor vinnig en betrouwbaar schakelen – veel beter dan de fragiele exemplaren van eerdere Elites. Om hem gestroomlijnd en stijlvol te houden, stond hij op Borrani-wielen, lichtgewicht en elegant, het soort rijjuwelen dat alleen de Italianen konden leveren. En omdat dit een machine voor endurance-races was, was hij uitgerust met een brandstoftank voor lange afstanden en een Monza-vuldop, het soort detail waar puristen van oor tot oor om grijnzen.
Stel je voor: je bent op Le Mans, begin jaren zestig. Het is donker, de koplampen schieten over het rechte stuk van Mulsanne, en in de mix staat deze auto. Lichtgewicht, aerodynamisch, efficiënt – een underdog die het opneemt tegen giganten, maar toch vaak wint in zijn klasse. Dat is de ware geest van Lotus, en de Elite Super 100 belichaamt die perfect.
Er zijn er maar vijf gebouwd. Dit is de eerste. Dat is een zin die je niet vaak hoort. Als je ervoor staat, kijk je niet alleen naar een auto – je kijkt naar geschiedenis, technische durf en menselijke passie gekristalliseerd in glasvezel en aluminium. De Lotus Elite Super 100 is meer dan een machine. Het is een verhaal, en een van de grootste verhalen uit de gouden eeuw van de autosport.
Soms kom je een auto tegen die je niet alleen bekijkt, maar die je letterlijk stil laat vallen. Een auto die je doet fluisteren: “Dit is bijzonder.” De Lotus Elite Super 100 uit 1961 is zo’n auto. En niet zomaar één: dit is het allereerste gebouwde exemplaar, officieel bevestigd in het standaardwerk van Dennis Ortenburger over de Elite. Voor de Lotus-kenner is dit alsof je het originele manuscript van Rembrandts schetsboek in handen hebt.
De Lotus Elite, type 14, werd in 1957 geïntroduceerd en veroorzaakte een sensatie. Het ontwerp van Peter Kirwan-Taylor, aerodynamisch verfijnd door Frank Costin, toonde een elegante coupé die radicaal brak met conventies. De carrosserie was een volledig zelfdragende constructie van glasvezel, geen apart chassis meer, maar één geïntegreerd geheel. Licht, stijf en zijn tijd ver vooruit.
Maar dan: de Super 100. Gebouwd in slechts vijf exemplaren, was dit de ultieme evolutie van de Elite. Niet zomaar een sportief model, maar een auto rechtstreeks geboren voor de racerij. En dit exemplaar, het eerste ooit, ademt pure authenticiteit. De staat is bijna ongelooflijk origineel; elk detail straalt zorg en echtheid uit. Alsof hij rechtstreeks uit 1961 komt rollen, nog doordrenkt met de geur van Castrol en verbrand rubber.
Vanaf nieuw was deze Super 100 verweven met de autosport. Hij werd ingezet voor races, waar hij zijn lichtgewicht ontwerp en betrouwbaarheid bewees op circuits als Le Mans en de Nürburgring. Het is die combinatie van competitiegeschiedenis en extreme zeldzaamheid die dit exemplaar mythische proporties geeft.
Technisch gezien was de Super 100 een juweeltje. Onder de motorkap lag de Coventry Climax FWE, 1,2 liter groot, maar opgewaardeerd: dubbele Weber carburateurs die hem gretig lieten ademen, een speciaal uitlaatspruitstuk voor maximale prestaties, en een ZF-versnellingsbak die veel verfijnder schakelde dan de kwetsbare bakjes van eerdere Elites. Het geheel werd afgerond met elegante Borrani wielen en, in ware endurance-stijl, een langeafstand brandstoftank met een Monza-vuldop. Details die iedere purist een glimlach bezorgen.
Stel je voor: het is nacht in Le Mans, begin jaren zestig. Het circuit gloeit, de rechte stukken zijn eindeloos en tussen de Ferrari’s en Aston Martins jaagt dit kleine, gestroomlijnde wondertje mee. Licht, aerodynamisch, efficiënt, David tegen Goliath. En vaak was David de winnaar.
Van de vijf gebouwde Super 100’s is dit de allereerste. Zeldzamer wordt het niet. Het is geen auto alleen, maar een tastbaar stuk autosportgeschiedenis. Een symbool van de gouden jaren van Lotus: gedurfde techniek, compromisloze lichtheid en een onverzettelijke drang om te winnen.
Es gibt Automobile, die sind mehr als nur Maschinen. Sie sind Symbole, Meilensteine – und manchmal wahre Legenden. Der Lotus Elite Super 100 von 1961 gehört zweifellos in diese Kategorie. Und dieses spezielle Fahrzeug? Es ist das allererste gebaute Exemplar, bestätigt durch Dennis Ortenburgers Standardwerk über den Elite. Ein heiliger Gral für Sammler und Enthusiasten gleichermaßen.
Der Lotus Elite, Typ 14, wurde 1957 vorgestellt und revolutionierte das Verständnis von Sportwagen. Peter Kirwan-Taylors Linienführung, aerodynamisch perfektioniert von Frank Costin, traf das Publikum wie ein Paukenschlag. Die selbsttragende Karosserie aus Glasfaser war ihrer Zeit Jahrzehnte voraus: leicht, steif und gleichzeitig innovativ.
Doch die Krönung dieser Entwicklung war der Super 100. Lediglich fünf Exemplare entstanden – und sie waren von Beginn an für den Motorsport gedacht. Kein Luxusspielzeug, sondern kompromisslose Renntechnik. Dieser erste Super 100 hat seine Authentizität über Jahrzehnte bewahrt: nahezu unberührt, voller originaler Details, gepflegt mit einer Sorgfalt, die fast rührend wirkt.
Von Anfang an trug er Rennblut in sich. Er wurde eingesetzt auf den Pisten Europas, von Le Mans bis Nürburgring, und schrieb dort seine Geschichte. In einer Epoche, in der Leichtbau und Effizienz oft mehr zählten als pure Motorleistung, war der Elite eine Geheimwaffe.
Technisch war der Super 100 ein kleines Meisterwerk. Der bekannte Coventry Climax FWE-Vierzylinder erhielt ein Performance-Update: doppelte Weber-Vergaser, ein speziell angefertigter Auspuffkrümmer, dazu ein ZF-Getriebe – präzise, robust und meilenweit überlegen gegenüber den anfälligen Schaltboxen der Serien-Elites. Hinzu kamen filigrane Borrani-Räder, eine Langstrecken-Tanklösung sowie ein Monza-Tankverschluss, wie man ihn sonst nur an reinrassigen Rennwagen fand.
Schließen Sie die Augen und stellen Sie sich Le Mans 1961 vor: Die Nacht, das Donnern der Motoren, die Scheinwerfer, die über die Hunaudières peitschen. Zwischen den mächtigen Ferraris und Aston Martins fliegt dieser kleine, windschnittige Lotus dahin – wendig, ausdauernd, fast unverwundbar. Ein Außenseiter? Vielleicht. Doch gerade darin lag seine Stärke: David gegen Goliath – und nicht selten triumphierte David.
Nur fünf Super 100 wurden je gebaut. Dieses Exemplar ist die Nummer eins. Ein Satz, den man kaum je aussprechen darf. In seiner Gegenwart spürt man nicht nur Technik, sondern Geschichte, Leidenschaft und Mut. Der Lotus Elite Super 100 verkörpert die Essenz der goldenen Ära des Motorsports: kompromissloser Leichtbau, Ingenieurskunst auf höchstem Niveau und die unbändige Lust am Sieg.